Brilique® ticagrelor

Op deze pagina vindt u algemene informatie over dit middel.

Bijwerkingen

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken. 

Hoe vaak de mogelijke bijwerkingen optreden is hieronder weergegeven: zeer vaak (bij meer dan 1 op de 10 gebruikers), vaak (bij 1 tot 10 op de 100 gebruikers), soms (bij 1 tot 10 op de 1000 gebruikers).

Hieronder leest u de bijwerkingen welke kunnen voorkomen bij dit geneesmiddel. 

Het advies aan de patiënt is: ga direct naar uw arts als u één van de volgende bijwerkingen ervaart – het kan zijn dat u dringend medische behandeling nodig heeft.

 

Een bloeding in de hersenen of een bloeding aan de binnenkant van de schedel is een mogelijke bijwerking die soms voorkomt en de tekenen van een beroerte kan veroorzaken, zoals:

  • Plotseling een verdoofd gevoel of zwakte in de armen, benen of gezicht, vooral als dit alleen aan één kant van uw lichaam is (soms).
  • Plotselinge verwardheid, moeite om te spreken of moeite om anderen te begrijpen (soms).
  • Plotselinge moeite met lopen of verlies van het evenwicht of coördinatie (soms).
  • Plotselinge duizeligheid of plotseling ernstige hoofdpijn, zonder duidelijke reden (soms).

De volgende tekenen van bloedverlies: 

  • Ernstig bloedverlies of bloedverlies dat de patiënt niet zelf kan verhelpen.
  • Onverwachts of langdurig bloedverlies.
  • Roze, rode of bruin gekleurde urine.
  • Overgeven van rood bloed of het braaksel van de patiënt ziet eruit als ‘koffiedik’
  • Rode of zwarte ontlasting (ziet eruit als teer)
  • Bloedstolsels ophoesten of opgeven

Flauwvallen (syncope)

  • Een tijdelijk verlies van bewustzijn als gevolg van een verminderde doorbloeding in de hersenen (vaak)

Kortademigheid - dit komt vaak voor. 

De oorzaak kan de hartaandoening zijn of er kan een andere oorzaak zijn, maar het kan ook een bijwerking zijn van Brilique. Wanneer de kortademigheid te maken heeft met het gebruik van Brilique, dan is deze normaalgesproken mild van aard en wordt deze gekarakteriseerd door een plotselinge, onverwachte behoefte aan lucht. Dit komt meestal voor tijdens de eerste weken van de behandeling, wanneer de patiënt zich in rusttoestand bevindt en gaat meestal vanzelf weer over. Als de ademhalingsproblemen verslechteren, of erg lang duren, is het advies aan de patiënt: vertel dit aan uw arts.

Raadpleeg de SmPC voor de volledige informatie over de bijwerkingen.